Wet van Boyle-Mariotte of het verband tussen volume en druk

Wanneer wij een gas in een vat beschouwen, dan oefent dit gas steeds een druk uit op de wanden van dit vat. Het gas bestaat uit trillende moleculen die tegen de wanden opbotsen. Verkleinen wij nu het vat, dan krijgen wij een grotere concentratie van moleculen met meer botsingen als gevolg. Hierdoor zal de druk toenemen.

Zo kunnen wij een omgekeerde emmer van 10 l onderdompelen in water. De lucht zit gevangen onder deze emmer. Hoe dieper wij nu afdalen onder water met deze emmer, hoe meer het gas zal samengedrukt worden (het vat verkleint dus). Wij kunnen de druk in deze emmer meten en wij zullen zien dat deze druk is toegenomen. Brengen wij deze emmer tot -10 m diepte, dan zitten wij op dat ogenblik met een absolute druk van 2 bar. Nu blijkt dat de ingesloten lucht op deze diepte nog slechts de helft van zijn oorspronkelijk volume inneemt (5 l). Gaan wij nu nog eens 10 m dieper naar -20 m (absolute druk is hier 3 bar dan verkleint dit volume zelfs tot 3,3 l.of 1/3 van het oorspronkelijke volume.

De wet van Boyle en Mariotte

Bij een constante temperatuur is het volume van een bepaalde hoeveelheid gas omgekeerd evenredig met de druk.
Bij een constante temperatuur is het produkt van druk en volume van een bepaalde hoeveelheid gas constant.
p x V = constante

Dus p x V = constante. "HALLOO !!! Johan kun je dit eens vrij vertalen want ik snap er geen kl... van!"

Simpel gezegd wil dit zeggen dat druk x volume steeds hetzelfde getal zal geven. Dus wanneer de druk groter wordt, dan zal het volume in dezelfde verhouding kleiner worden (omgekeerd evenredig). We spreken wel over hetzelfde gas maar dan in twee verschillende situaties. Nemen wij onze proef zoals hierboven beschreven, dan krijgen wij in de beginsituatie boven water:

p1 x V1 = constante
1 bar x 10 l = 10 barl

 

In de tweede situatie (op -10 m) krijgen wij wel een andere situatie, maar wij spreken over het zelfde gas en de zelfde ruimte (de emmer). Nu krijgen wij :

p2 x V2 = constante
2 bar x 5 l = 10 barl

 

Vermits het eerste geval hetzelfde resultaat geeft als het tweede, kunnen wij ze gelijkstellen:

p1 x V1 = p2 x V2
1 bar x 10 l = 2 bar x 5 l = 10 barl

 

Deze regel zullen wij heel veel gebruiken bij onze praktijkoefeningen.

Ondertussen hebben wij een nieuwe éénheid zien staan: barl of barliter. Dit is de éénheid van gashoeveelheid.

Belangrijke toepassingen van de wet van Boyle-Mariotte zijn onder andere:

Aanmelden.

Door je aan te melden kan je bijkomende delen van de site bekijken.
Meld je als CVD-lid altijd direct aan!
Klik hier.